In het Bijbelboek Exodus, wat 'uittocht' betekent, beschrijft Mozes de onderdrukking van het volk Israël in Egypte en hun bevrijding daaruit.
WAAR of NIET WAAR: God noemt Israël 'mijn zoon, mijn eerstgeboren zoon'.
God noemt Israël 'mijn eerstgeboren zoon'. Hij zegt tegen de farao: "Ik heb je bevolen mijn zoon te laten gaan om Mij te vereren, maar dat heb je geweigerd. Daarom zal Ik jouw eerstgeboren zoon doden."
(Exodus 4:22 en 23).
Daniël heeft een hoge functie aan het hof van de koning van Babel.
Wie wordt/worden door koning Nebukadnessar geroepen om de tweede droom over een hoge boom en wat daarmee gebeurde te verklaren?
Nebukadnessar vervalt in de oude fout om eerst alle wijzen te raadplegen omtrent de inhoud van de droom (Daniël 2). Hij had eerder toch al ervaren dat er maar één was, God, die aan zijn knecht Daniël het vermogen had geschonken uitleg van visioenen en dromen te geven.
Elk van de zogenaamde 'kleine profeten' heeft zo zijn eigen karakter, stijl en manier van benaderen van het volk van God. Het Bijbelboek van een van hen eindigt met de woorden: "Wie inzicht heeft doorgrondt deze woorden, wie wijs is neemt ze ter harte. Want de wegen van de HEER zijn recht: wie rechtvaardig is verlaat ze niet, maar wie zich verzet komt ten val."
Welk Bijbelboek?
Het zijn de laatste woorden van het Bijbelboek Hosea. Het is een laatste waarschuwing om te luisteren naar de woorden van de profeet.
Amos, Obadja en Micha eindigen met de genade van God, die Hij bewijst in het aannemen en herstellen van zijn volk.
De apostel Paulus schrijft aan de christenen in Rome dat niet alle Israëlieten, alle natuurlijke nakomelingen van Abraham, kinderen van God zijn.
Hoe gelden ze dan wel als nageslacht van Abraham?
De Bijbel zegt: "Dat wil zeggen: ze zijn niet door hun natuurlijke afstamming kinderen van God, maar gelden als nageslacht van Abraham op grond van Gods belofte." (Romeinen 9:8).