De stam, de tekenen en de persoon van de Messias/koning worden door Jakob in zijn laatste woorden in Genesis 49 al vermeld.
De naam van de Messias/koning wordt in deze tekst aangeduid met ........ .
Silo (NBG 1951) is de naam van de Messias. De naam Silo wordt meestal uitgelegd in de betekenis van: rust, rustaanbrenger en vredestichter.
De NBV21 heeft hier niet Silo staan, maar "totdat hij komt die er recht op heeft". Beide vertalingen zijn mogelijk.
In het Bijbelboek Job staat een merkwaardige ontmoeting van God met de hemelbewoners (ook wel: zonen van God genoemd) beschreven.
God vraagt aan Satan: "Heb je ook gelet op mijn ........ Job?"
God noemt Job zijn dienaar. Het lijkt er op of God met een beetje trots naar Job kijkt, maar Satan zegt dat Job God alleen dient om de zegeningen.
In Matteüs staat dat Jezus eens aan zijn leerlingen vraagt: "Wie zeggen jullie dat Ik ben?" Daarop belijdt Petrus persoonlijk zijn geloof en zegt dat Jezus ........ is.
Simon Petrus is heel duidelijk in dit Bijbelgedeelte. De andere antwoorden zijn inhoudelijk wel waar, maar zo werd het niet door Petrus verwoord.
Paulus schrijft in zijn brief aan de Romeinen dat hij nu spreekt tot degenen die uit heidense volken komen. Hij is een apostel voor de heidenen.
Waarom schat hij deze taak zo hoog?
Paulus schrijft in hoofdstuk 11:13 en 14 van de brief aan de Romeinen: "Het is waar dat ik een apostel voor de heidense volken ben, maar ik schat mijn taak juist dáárom zo hoog omdat ik hoop afgunst bij mijn volksgenoten op te wekken en een deel van hen te redden."