De Bijbelboeken 1 en 2 Samuel zijn genoemd naar de laatste rechter (richter) van Israël. Samuel leidt het volk en mag uiteindelijk eerst Saul en daarna David tot koning zalven.
Wat is het beroep van David op het moment dat hij tot koning van Israël gezalfd wordt?
De profeet Samuel kreeg van God opdracht om een van de zonen van Isaï tot koning zalven. Samuel dacht dat het de knappe, oudste zoon Eliab moest zijn, maar God maakte duidelijk dat de jongste zoon de nieuwe koning zou worden. David moest speciaal geroepen worden, want hij was in het veld bij de schapen.
Daniël en zijn drie vrienden behoren tot degenen die weggevoerd zijn in ballingschap naar Babel. God schenkt hun ........ , ........ en ........ , omdat ze zich niet verontreinigd hebben door voedsel dat Gods wet hun heeft verboden.
Deze gaven maakten hen tien keer zo voortreffelijk als alle magiërs en bezweerders in het Babylonische rijk, waardoor de koning hen in alle kwesties van wijsheid of inzicht raadpleegde (Daniël 1:20).
Welke persoon en plaatsnaam horen bij elkaar?
Jona krijgt van de HEER opdracht om naar de grote stad Nineve te gaan. De eerste keer gaat hij niet, maar de HEER grijpt in en na zijn avontuur in 'de grote vis' wordt Jona opnieuw naar Nineve gestuurd. Dit keer gaat hij wel (Jona 3:1-3).
Na de vier evangeliën in het Nieuwe Testament van de Bijbel volgt het boek Handelingen.
In dit Bijbelboek worden de 'handelingen' beschreven van ........ .
Het Bijbelboek Handelingen, in het Nieuwe Testament, vertelt over het doen en laten van de apostelen, na de hemelvaart van Jezus. Een bekende apostel is Paulus. Ook veel leerlingen (discipelen) van Jezus zijn later apostelen.
Over de Israëlieten in de woestijn en over de koningen van Israël wordt geschreven in het Oude Testament van de Bijbel.