In Genesis, het eerste Bijbelboek, staat de geschiedenis van Jozef. Hij wordt door zijn broers aan reizende handelaars verkocht. Die verkopen Jozef aan een vooraanstaand man in Egypte.
WAAR of NIET WAAR: Deze man heet Potifar.
Jozef werd verkocht aan Potifar, het hoofd van de lijfwacht van de farao.
Saul is koning van Israël. David zal hem opvolgen en daar is Saul woedend over. Hij achtervolgt David voortdurend. David heeft twee keer een prima kans om Saul te doden, maar doet dat niet.
WAAR of NIET WAAR: De tweede keer pakt David de speer en de waterkruik van Saul, terwijl die ligt te slapen.
De eerste keer dat David Saul kan doden is als David in een spelonk verstopt zit en Saul daar ook binnenkomt. Zonder dat Saul het merkt snijdt David dan een reep van Sauls mantel af.
De tweede keer ligt Saul te slapen in het legerkamp en sluipt David daar 's nachts heen. Hij neemt de speer en de waterkruik van de koning mee.
In het Bijbelboek Nehemia wordt verteld over het herstel van de muur rondom Jeruzalem, na de ballingschap.
De schriftgeleerde Ezra opent volgens dit Bijbelboek de ........ en geeft daaruit onderricht.
Ezra was een priester-schriftgeleerde die de gave bezat op een heldere manier onderricht uit de wet te geven.
Paulus heeft de christenen vervolgd. Na zijn bekering heeft hij veel gereisd en brieven geschreven. Met Silas komt hij in de gevangenis in Filippi terecht, waar de andere gevangen midden in de nacht aandachtig naar hen luisteren.
Wat zijn Paulus en Silas aan het doen, wat zo de aandacht trekt?
Paulus en Silas hebben een groot aantal stokslagen gehad, nadat hun de kleren van het lijf gescheurd waren (Handelingen 16:22 en 23). Toch zingen ze lofliederen en bidden ze in de donkere kerker.